Bhutan ligt in de oostelijke Himalaya, ingeklemd tussen Tibet en India. Het is het laatst overgebleven onafhankelijke land waar het Vajrayana Boeddhisme de belangrijkste godsdienst is, nadat Tibet, Ladakh en Sikkim door China en India al dan niet vrijwillig zijn ingelijfd. Tot veertig jaar geleden was het land hermetisch afgesloten van de buitenwereld waardoor cultuur en natuur nog grotendeels ongerept zijn.

image002

In de 17e eeuw werd Bhutan verenigd door Ngawang Namgyal, de abt van het nog steeds bestaande Ralung klooster in Tibet. Als vooraanstaand leider van de Kagyupa orde moest hij vluchten voor de zich snel uitbreidende wereldlijke macht van de Gelukpa’s van de Dalai Lama. Onder zijn heerschappij werden op strategische punten de Dzongs gebouwd, de onneembare kloosterburchten die ook nu nog functioneren als centra van wereldlijke en geestelijke macht.

Sinds het begin van de vorige eeuw is Bhutan een koninkrijk, geregeerd door de Wangchuk dynastie in een feodale setting. De vierde koning, Jigme Singye Wangchuk, heeft er, tegen de zin van de bevolking, een constitutionele monarchie met parlementaire democratie van gemaakt. 2008 was een belangrijk jaar: een grondwet, vrije verkiezingen met meer partijen, viering 100 jaar koninkrijk en het kroningsfeest van de vijfde monarch. Dat had allemaal in 2007 plaats moeten vinden, ware het niet dat de hofastroloog bepaalde dat 2007 een ongunstig jaar was.

Het land moderniseert snel. Rond de eeuwwisseling werd televisie toegestaan, internet en mobiele telefonie ingevoerd, en wordt het wegennet snel uitgebreid. De eerste weg van de Indiase grens naar de hoofdstad Thimphu werd pas in 1962 geopend. Oudere Bhutanezen kunnen zich nog levendig de eerste auto herinneren. Ondanks de snelle veranderingen zoekt de overheid naar een zorgvuldig evenwicht tussen het nieuwe en het oude, tussen materialisme en spiritualiteit. Beleidsuitgangspunt is het verhogen van het Bruto Nationaal Geluk, i.p.v het maximaliseren van het bruto nationaal product.

Bhutan is ongeveer zo groot als Nederland, maar daarmee houdt elke vergelijking ook onmiddellijk op. De zuidgrens ligt exact daar waar de Bramaputravlakte overgaat in de Himalaya (“waar de steen die van de berg afrolt, blijft liggen”), de Noordgrens, nog geen 150 km verderop, wordt bepaald door de 7500 meter hoge toppen van de Himalaya. Het zuiden was een dichte onbegaanbare jungle, waar niemand woonde. De enige verbinding met de buitenwereld was via Tibet en Sikkim. Toen malaria effectief bestreden kon worden, werd het zuiden ontgonnen en vestigden zich er ethnische Nepalezen die er nu nog wonen. Zij zijn overwegend Hindu’s. De rest van de bevolking is Boeddhistisch. De staatsgodsdient is Drukpa Kagyupa, maar in grote delen van het land, vooral het oosten, wordt de oudere Nyingma-traditie aangehangen. Nog steeds wordt 5% van de mannen monnik. Er zijn meer dan 2000 kloosters en tempels in het land.

Er bestaat een groot contrast tussen de moderne stad en de dorpen, veelal nog dagen lopen van de dichtstbijzijnde weg. Daar, in afgelegen dalen, gaat het leven gewoon zijn gang zoals dat al duizenden jaren lang het geval is. Iedereen verbouwt zijn eigen voedsel, en worden veel producten uit het bos gehaald. De geldeconomie heeft pas de laatste jaren deze gebieden bereikt.

klein draakje png